Diginormen

De beamer voor de digitale projecties op de ledenvergadering heeft een beeldformaat van 1920 x 1080 pixels. Voor de beste weergave van je beeld is het belangrijk je beeld op maat te maken.
Gebruik hiervoor niet het meest eenvoudige supersnelle programmaatje. Bedenk dat je bij projectie meer details ziet dan op een beeldscherm.

Je kunt je digitale beelden (maximaal 3 per vergadering – zie ook pagina Digikeuring) doormailen naar fodifi@gmail.com. Stuur ze wel uiterlijk de dag voor de vergadering (op woensdag dus) en vóór 22 u op.

Beelden klaarmaken voor projectie:

  • Werk op een gekalibreerd beeldscherm bij steeds dezelfde lichtomstandigheden (zeer zacht omgevingslicht).

  • Kies als kleurruimte AdobeRGB. We gebruiken een projectieprogramma dat deze kleurruimte herkent en identiek weergeeft.

  • Ga steeds uit van het oorspronkelijke beeld. Dus zo min mogelijk keren van een jpg weer een nieuwe jpg maken.

  • Voor de ledenvergaderingen moet je beeld voldoen aan de volgende afmetingen: lengte max. 1920 pixels en hoogte max. 1080 pixels. Bij het op maat maken moet je steeds de koppeling voor de verhoudingen behouden. Bij het aanpassen van het pixeltal voor de lange zijde, gaat de korte zijde vanzelf mee naar de goede maat.

  • Licht verscherpen na aanpassing van de afbeeldingsgrootte is meestal noodzakelijk. De mate waarin je de verscherping toepast is afhankelijk van het beeld; beoordeel het resultaat met het beeld op 100%. Vermijd kunstmatige neveneffecten zoals contrastranden en/of halo’s rond onderwerpen in het beeld of glinsterende puntjes verspreid over het beeld.

  • Omlijn je foto liefst met een dun wit randje (1 tot 3 px). Bredere of speciale randen worden echter niet uitgesloten.

  • Sla je foto op als jpg met een kwaliteit tussen 8 en 10 (voor beelden met een tamelijk effen achtergrond de hogere kwaliteit kiezen).

  • Gebruik de titel van de foto ook als naam voor het bestand. Vermeld geen auteur of initialen. Wanneer het om een verbeterd beeld gaat vermeld je voor de titel het cijfer 0 en na de titel (Verb) in de bestandsnaam.
    Een verbeterde digi ziet er dan als volgt uit : ‘0 Titel (Verb)‘.

  • Voor minireeksen laat je de naam van je bestand voorafgaan door ZZ[spatie]. Na de titel geef je de volgorde van de beelden en het totaal aantal beelden in je reeks aan (bvb 1-3, 2-3 en 3-3, wat staat voor één van drie, twee van drie, drie van drie). Begin je reeks steeds met een overzichtsbeeld van je reeks. Kies hiervoor dezelfde naam en gebruik het volgnummer 0-3. Op die manier komt het beeld automatisch vooraan en zie je meteen dat het beeld niet in de reeks zit en uit deze uit drie beelden bestaat.
    Een reeks van drie beelden kan er dan als volgt uitzien : ‘ZZ Titel 0-3‘ (overzichtsbeeld), ‘ZZ Titel 1-3′  (foto 1), ‘ZZ Titel 2-3′  (foto 2) en ‘ZZ Titel 3-3′  (foto 3).