De informatie op deze pagina is intellectuele eigendom van FODIFI VZW en mag niet worden gekopieerd zonder uitdrukkelijke toelating.
![]() |
Deze pagina is ontstaan uit vragen van clubleden en andere
amateur-fotografen. Hebt u een vraag? Laat ze ons weten via gastenboek of bericht naar de webmaster; als het antwoord ook anderen aanbelangt, publiceren we het op de Tips pagina. Veel leesplezier! Paul Notredame (auteur)
|
De sensor is het onderdeel van de camera dat het beeld registreert. Het heeft de zelfde functie als film in een traditionele camera. We kunnen digitale camera's indelen in 2 hoofdtypes: die met een kleine sensor en die met een grote sensor.
Een kleine sensor is slechts ongeveer 7 mm breed, een grote zit in de buurt van kleinbeeldformaat (24x36 mm). Kleine sensors vind je terug in alle compacte camera's, grote overwegend in reflexcamera's. Het veel gebruikte 16x24mm formaat (1,5 keer kleiner dan kleinbeeldformaat) in reflexcamera's behoort ook tot de 'grote' categorie.
De keuze van de sensor heeft verregaande gevolgen. Voor een serieuze amateur is het de eerste keuze die hij/zij moet maken bij de aanschaf van een camera. De algemene regel is:
Advies
Compacte camera's met kleine sensor zijn bekend om het feit dat ze 'alles scherp' weergeven. Meer precies gezegd: ze hebben een enorme scherptediepte.
Ter opfrissing: scherptediepte (verder SD genoemd) is het afstandsbereik waarover het beeld 'scherp' is. Bij een kleine SD is slechts een beperkt bereik scherp, bijv van 1,8m tot 2,3m. Bij een grote SD is een groot bereik scherp, bijv van 2m tot oneindig.
Voor een optiek geldt: hoe kleiner, hoe groter de SD (Met 'kleiner' bedoelen we de brandpuntsafstand). Dit is een wet van de optica. De formules bespaar ik u... Bij een kleine sensor hoort een evenredig kleine optiek, en dus een grote SD.
Voorbeeld
We vergelijken de populaire reflexen (Nikon D70s, Canon 350D enz.) met de compacte Canon G5/G6.
| Scherptediepte voor 50mm lens, 35mm equivalent Diafragma f/8, ingestelde afstand 2m | ||
| Dig. Reflex (D70, 350D, ...) | Dig. compact (Canon G6) | |
| Reële Brandpuntsafstand | 33 mm | 9,7 mm |
| Scherptediepte | 1,6m - 2,8m | 1m - oneindig |
U
ziet het spectaculaire verschil. In de tabel zijn we uitgegaan van een
standaardlens van 50mm bij kleinbeeld. We moeten een correctiefactor
toepassen omdat de toestellen van de tabel een kleinere sensor hebben.
De reële brandpuntsafstanden zijn 33mm en 9,7mm.
Vuistregel
Als vuistregel geldt: om met een compacte camera de zelfde SD te bekomen als met een reflex (sensorklasse D70, 350D enz) bij een zelfde kijkhoek moet de lensopening 4 stops groter zijn dan bij de reflex. Anders gezegd, de f-waarde moet 4x kleiner zijn.
Voorbeeld: om de zelfde SD te bekomen als met de reflex bij f/8, moet de compacte camera ingesteld worden op f/2. De meeste compacts zijn niet zo lichtsterk, dus dit lukt meestal niet. Bij f/4 op de reflex zouden we f/1 moeten instellen op de compacte camera. Geen compacte lens is zo lichtsterk.
Voor-en nadelen
Voor landschapsfotografen is een grote SD nuttig; op dit gebied spannen de compacte camera's de kroon!
Portretfotografen willen precies het omgekeerde: een kleine SD maakt de achtergrond onscherp, en stelt het onderwerp op die manier mooi vrij. Met een compacte camera is een kleine SD een serieus probleem. Zelfs wanneer men alle trucs uit de kast haalt (zie volgend punt) zal het resultaat niet altijd bevredigend zijn.
Hoe een onscherpe achtergrond bekomen
Rekenblad voor scherptediepte
Op de internet pagina www.dofmaster.com/dofjs.html vind je een eenvoudig te gebruiken rekenblad voor het bepalen van de SD. Het is engelstalig maar spreekt voor zich.
Let op! In het vak Actual lens focal length moet u de reële brandpuntsafstand invoeren (dus degene die u afleest op de lens) en niet het kleinbeeld equivalent.
Bij digitale reflaxcamera's is de sensor tijdens het wisselen van lenzen blootgesteld aan de omgeving. Stofdeeltjes kunnen op de sensor terechtkomen. Het resultaat is dat op de foto's kleine onscherpe donkere spikkels verschijnen. Dit is vooral goed te zien op lichte vlakke partijen zoals bijv. de lucht.
Dit verschijnsel komt niet voor bij camera's met film, omdat het filmtransport ook automatisch het stof wegtransporteert.
Tot nu toe heeft enkel Olympus een oplossing ingebouwd in zijn camera's, het ultrasonic wave systeem. Dit systeem brengt de sensor aan het trillen met zeer hoge frekwentie, waardoor het stof wordt afgeschud.
Bij Nikon en Canon is men wellicht aan het werken aan iets dergelijks, maar voorlopig moeten we het doen met alternatieve oplossingen.
Op het internet zijn talloze webpagina's aan dit onderwerp gewijd. Wie het Engels machtig is, vindt goede info o.m. op betterphoto en cleaningdigitalcameras. Hier volgt een samenvatting van de voornaamste tips:
Stof voorkomen
Stof verwijderen zonder risico
Zonder risico wil zeggen: zonder de sensor aan te raken.Stof verwijderen met enig risico
Bij deze methoden wordt de sensor schoongeveegd met een schoonmaak-apparaatje. Dit mag nooit droog gebeuren! Uiterste voorzichtigheid is geboden, want een kras is zo gemaakt. Dan rest er niets anders dan de sensor te laten vervangen, wat ongeveer zo veel kost als de hele body...
Ik lees soms dat men de risico's niet moet overdrijven: tenslotte reinigen we toch ook zelf onze lenzen. Er is echter een groot verschil: stof op de lens is volledig uit focus en zal nauwelijks te zien zijn. Stof op de sensor is bijna in focus (op de sensor ligt een dun glasplaatje, het stof bevindt zich op dat glas) zodat elk stofje een zichtbare vlek geeft.
Het merk 'Photographic solutions' heeft een speciale vloeistof Eclipse en reinigingsstaafjes Sensor Swab. Kodak heeft deze producten officieel goedgekeurd. Nikon & Canon niet.De stappen voor de reiniging zijn als volgt (info © Photographic Solutions):





Wie informatie heeft over verkrijgbaarheid in ons land, of ervaring heeft met dit product (of andere), stuur een berichtje naar de webmaster of plaats een woordje in het gastenboek.
Hoeveel foto's, genomen met flitser op feestjes enz., worden niet ontsierd door die lelijke 'rode ogen'? Alle programma's voor fotobewerking hebben wel een 'rode ogen correctie' functie, maar het resultaat is niet altijd even goed, en het kan een enorm werk zijn als er veel mensen op de foto staan.
Voorkomen is beter dan genezen. Vrijwel alle camera's hebben een 'anti-rode-ogen' functie. De werking hiervan is de pupil van de personen op de foto te vernauwen door een sterk licht te schijnen net voor de opname. Dit kan o.m. door een reeks 'pre-flashes'. De effectiviteit van die middelen is echter vrij bescheiden.
Hier volgen enkele tips om rode ogen beter te voorkomen bij de opname.
Tips om rode ogen te vermijden
Het begrip resolutie zorgt voor nogal wat verwarring en zelfs hevige discussies onder digitale fotografen.
Misverstanden
Hoe zit het in elkaar?
Een bron van verwarring is dat het begrip 'resolutie' voor 2 zaken gebruikt wordt:
Resolutie als... Aantal pixels | Hoe meer pixels, hoe meer detail een beeld kan bevatten. In de optica spreekt men van oplossend vermogen (OV), d.i. het vermogen om 2 zeer nabijgelegen tinten van elkaar te kunnen onderscheiden. Het begrip is van toepassing op lenzen, film, digitale sensors. Het wordt meestal gemeten d.m.v. een patroon van afwisselende witten en zwarte lijnen die steeds dichter bijeen liggen. De grens van het OV is het punt waar de lijnen ineenvloeien tot een grijs vlak. Bij een digitale camera wordt het OV bepaald door:
Het aantal pixels worrdt ook dikwijls opgegeven als pixels in de breedte en hoogte. |
Resolutie als... Grootte van 1 pixel op afdruk | Indien
men een digitaal beeld afdrukt, moeten de individuele pixels
onzichtbaar zijn voor het oog. Zoniet ontstaan 'blokjes'. Om dit te
bereiken moet 1 pixel kleiner zijn dan 1/10mm. Dit wordt meestal
uitgedrukt in pixels per inch (PPI). 1/10mm komt ongeveer overeen met
250 PPI. Hoe groter we een foto afdrukken, des te groter worden de pixels. Geraken we boven 1/10mm of beneden de 250 PPI, dan wordt de afdruk minder goed. Vanwaar het 'magisch getal' van 300 PPI? Dit komt uit de druknijverheid. Bij het drukproces is er een zeker kwaliteitsverlies, vandaar dat een iets hogere resolutie als standaard gebruikt wordt. |
Foto's tonen op scherm
Het misverstand over de 75 pixels/inch vindt zijn ontstaan in de resolutie van de eerste beeldschermen. Een foto wordt effectief getoond met de resolutie van het scherm, en die is dus vrij laag. Bij hedendaagse schermen is de tendens een hogere resolutie, tot 100 en daarboven. De software die instaat voor het tonen van het beeld rekent automatisch het beeld om naar schermpixels, zonder rekening te houden met de PPI waarde in het beeld. Het heeft dus geen zin de resolutie van het beeld zelf op 75 te zetten!Foto's afdrukken
Is de resolutie lager dan 250 PPI (grote
formaten), dan zal de printer het beeld afdrukken 'zoals het is'. De
printer kan een teveel aan pixels reduceren, maar kan geen tekort
aanvullen.
In dit geval kunnen we in Photoshop het beeld omrekenen
naar een hogere resolutie. Let wel, dit vermijdt enkel zichtbare
pixels, het voegt geen enkel detail toe aan het beeld! Er kan nu
eenmaal geen informatie uit het niets gecreëerd worden!
Hoe de afdrukresolutie berekenen?
Stel een foto van 3000 pixels breed, die we op 30 cm breedte willen afdrukken.
De formule is: PPI = aantal pixels : afdrukbreedte in mm x 25,4
In ons voorbeeld geeft dit: 3000 : 300 x 25,4 = 254, dus juist voldoende.
Mijn printer heeft een resolutie van 4800 DPI. Wat nu?
De resolutie van een printer wordt uitgedrukt in DPI = dots per inch. Die 'dots' zijn geen pixels maar inktdruppeltjes. Om 1 pixel te drukken zijn veel microscopisch kleine druppels nodig. Vandaar dat de resolutie van een printer zeer hoog moet zijn, en de druppelgrootte zeer klein. Dit laatste is minstens even belangrijk als de DPI waarde. Momenteel slaagt men er in druppels te maken van 1 picoliter, dit is een miljard druppels per milliliter!
Het effect van een hoge DPI op de drukkwaliteit is dat de printer zeer subtiele verschillen in tinten kan weergeven. Het is dus geen kwestie van scherpte!
Hoe vlug druk je in Photoshop niet per ongeluk op 'Opslaan' terwijl je 'Opslaan als' had bedoeld. Gevolg: het origineel zoals het uit de camera kwam, m.a.w. het digitaal negatief, is voorgoed verloren.
Een beveiliging hiertegen is je originele foto's het attribuut alleen lezen te geven. Doe je ongewild een poging om zo'n bestand te overschrijven, dan krijg je een foutmelding.
Recept
CD'tje branden... schijnbaar zo eenvoudig en toch voor velen een bron van ergernis.
Laat ons beginnen met de soorten CD's te bekijken
U heb reeds begrepen dat voor ons in veruit de meeste gevallen de data-CD de juiste keuze is.
Misverstanden
Tip: de meeste brandprogramma's hebben een optie om de gegevens na het branden te verifiëren. Een sterke aanrader. Zo bent u zeker dat alles er goed opstaat.
Soms wil je bij een bestaande CD later gegevens toevoegen. Dit kan tot de CD vol is. Elke 'brandbeurt' noemt men een sessie. Voorwaarde om bijkomende sessies te kunnen branden is dat je de CD na het branden niet mag 'afsluiten'. Afsluiten dient om aan te geven dat je niet wil dat aan deze CD nog iets verandert, ook geen toevoegingen. Sommige huiskamer CD spelers weigeren niet afgesloten CD's te spelen.
Bij elke sessie (brandbeurt) wordt er een nieuwe 'inhoudstafel' geproduceerd. Die bevat een lijst van alle bestanden en mappen van alle sessies, en vervangt de inhoudstafel van de vorige sessie. Daarom kost elke sessie ongeveer 20 MB extra. Het is dus efficiënter enkele grote sessies te schrijven dan veel kleine.
Een CD die via sessies (1 of meer) geschreven wordt, is compatibel met de ISO 9660 standaard. Dit betekent dat hij op vrijwel elke lezer kan gelezen worden, ook bij voorbeeld op een Apple Macintosh.
Bij herschrijfbare CD's wordt de zaak nog wat complexer. De populaire brandprogramma's laten toe een CD-RW te gebruiken als een harde-schijf-achtig medium, in de zin dat je willekeurig bestanden kan bijvoegen, schrappen enz., en dit gewoon met de Windows verkenner.
Bij Nero heet dit InCD. Het wordt geïnstalleerd met de rest van het brandprogramma, en zet een ikoontje in de taakbalk (naast de klok). Vooraleer je een CD-RW als 'pseudo harde schijf' kan gebruiken, dient hij te worden geformatteerd. Voor de techneuten: de schijfindeling van geformatteerde CD's heet UDF (Universal Disk Format).
Misverstanden
Advies
Het gebruik van (geformatteerde) CD-RW's lijkt aantrekkelijk maar ik ben er volledig van afgestapt. Het is mij een keer te veel voorgekomen dat een geformatteerde CD niet leesbaar was op een andere PC. Of wellicht zelfs op je bestaande PC na een upgrade.
Een ander argument contra CD-RW ligt in de aard van het medium zelf: CD's zijn bij uitstek geschikt als archiefmedium, precies omdat de gegevens niet kunnen overschreven of gewist worden. Foto's die van mijn camera komen, zet ik op CD of DVD (althans dat is mijn vrome intentie), als digitaal negatief. Je hebt de zekerheid dat de originele foto's er ongewijzigd opstaan. Heb je een foto per ongeluk gewist of verknoeid in Photoshop, dan kan je altijd teruggrijpen naar de originele opname.
Wie werkt met mediabestanden (beeld, video, geluid) merkt al vlug dat de harde schijf snel volloopt naarmate er foto's enz. bijkomen. Het standaard Windows systeem maakt het ons niet gemakkelijk om op de vraag te antwoorden: welke bestanden of mappen gaan lopen met mijn schijfruimte?
U kunt wel map per map de eigenschappen opvragen (rechter klik op de map, kies Eigenschappen). Maar dit is tijdrovend en geeft u geen goed overzicht.
Advies
Het gratis programma Scanner
geeft u een duidelijk grafisch overzicht van het gebruik van
de schijf.
U kunt het hier
downloaden.

De binnencirkel toont de schijfcapaciteit en de vrije ruimte als stuk v.d. taart.
De binnenste concentrische cirkel toont de hoodfmappen en de ruimte die ze innemen. Door met de muiswijzer op een map te gaan staan, ziet u bovenaan het venster over welke map het gaat, en de grootte.
De segmenten naar buiten toe corresponderen met submappen of (grote) bestanden. In het voorbeeld heb ik een oranje submap in de buitenste ring aangeduid (muiswijzer niet zichtbaar op schermfoto). Zo zie ik precies waar de submap zich bevindt (op mijn bureaublad = 'desktop'). Door rechts te klikken kan je zelfs rechtstreeks de map openen en kijken wat er in staat.
Dit programma is mijn onmisbaar gereedschap om orde op schijfzaken te houden!
Recept: hoe installeren
Recept: hoe gebruiken
Het gebruik is eenvoudig:
Elke digitale sensor produceert ruis. Dit is in het beeld te zien als een soort 'korrel' zoals we die kennen van film. Bij compacte camera's met kleine sensor begint deze ruis al storend te worden vanaf 100 ISO. Bij modellen met grote sensor (o.a. de reflexen) ligt de drempel veel hoger, rond de 800 ISO.
Wanneer je dia's of negatieven scant, krijg je te maken met de korrel van de film, die uiteraard wordt meegescand. Het scanproces heeft zelfs de neiging om de korrel te versterken.
Het grote voordeel van gegevens in digitale vorm is dat ze met de computer kunnen gezuiverd worden. De wiskunde die hier achter steekt is complex, en de verwerking vereist heel wat rekenwerk. Tien jaar geleden zou het minuten of zelfs uren gekost hebben per foto. De huidige PC's zijn in staat het werkje binnen de minuut op te knappen.
Het programma NeatImage toont op spectaculaire manier aan wat digitale beeldverwerking vermag. Hieronder een foto genomen met een compacte camera op 200 ISO. Diafragma 2.0, belichtingstijd 1/50, bij TL verlichting. De beelden tonen een detail van de foto (op 100%) voor en na verwerking.
Op de webstek van NeatImage vind je onder examples nog heel wat voorbeelden. Die zijn dus niet overdreven!
NeatImage is in principe shareware (dwz betalend). Het programma kan evenwel onbeperkt gratis gebruikt worden, met als enige beperking dat je enkel kan opslaan als JPEG.
Werking
De eerste stap is het creëren van een ruisprofiel. Dit ruisprofiel wordt dan gebruikt om het beeld te ontdoen van ruis. Je kan het ruisprofiel aanmaken aan de hand van de foto zelf, door een rechthoekig gebied aan te duiden waar geen detail inzit. In het voorbeeld hierboven heb ik daarvoor de pijler gebruikt.
Eens de foto geopend is in het tabblad 'Input image' en het ruisprofiel gecreëerd of geladen, ga je naar tabblad 'output image' en je drukt op de knop 'Apply'. Na verwerking kun je het beeld 'voor' en 'na' snel bekijken en vergelijken, inzoomen enz. Indien het resultaat ok is kan je het beeld opslaan. NeatImage voegt automatisch de suffix 'filtered' toe aan de naam van het bestand.Het is zelfs niet nodig om foto per foto een ruisprofiel aan te maken: voor heel wat camera's kan je op de webstek van NeatImage het ruisprofiel downloaden.